maandag 18 april 2016

Vingerloze wanten in drie kleuren


Voor de haaksters dus: Vingerloze wanten in drie kleuren.

Je kunt deze ook in wol maken, voor de winter, omdat het origineel eigenlijk gepland was, om te dragen rond Koningsdag. Gebruik dan 4 draads sokkengaren. En de kleuren? Kies gerust die je mooi vindt!

Vingerloze wanten

Ontwerp © Bianca Boonstra 2014

Wat heb je nodig:

  • 1 bolletje  katoen in rood, 1 bolletje  katoen in wit, en 1 bolletje  katoen in blauw.
  • Haaknaald 2,5 mm
  • eventueel: steekmarkeerder
  • stopnaald om draadjes af te hechten.
Model: 48 steken als basis – voor een handomtrek van 18-19,5 cm (7 tot 7 ½ inch)
Hoogte: 18 cm voor alle maten

Handomtrek:

40 steken – 14-15,5 cm (6 tot 6 ½ inch)
44 steken – 16-17,5 cm (6 ½ tot 7 inch)
48 steken – 18-19,5 cm (7 tot 7 ½ inch)
52 steken – 20-21,5 cm (7 ½ tot 8 inch)
56 steken – 22-23,5 cm (8 tot 8 ½ inch)

Bijzondere steken:

Boord: Het boord wordt gehaakt in stokjes, vanaf de tweede ronde worden ze gehaakt om de stokjes van de eerste ronde heen.
1 st vav: Haak 1 stokje, en steek van voor naar achter en weer naar voor om het stokje heen.
1 st ava: Haak 1 stokje, en steek van achter, naar voor en weer naar achter om het stokje heen.
Start met blauw en haak een ketting van 40-44-48-52-56 lossen. Sluit deze ronde met een halve vaste.
1: 3 lossen (=1e stokje) Haak 1 stokje in elke losse. Sluit ronde met 1 halve vaste. (=40-44-48-52-56 stokjes totaal.
2: 3 lossen (=1e stokje) , 1 st vav, * 1 st ava, 1 st vav. Herhaal vanaf *, sluit ronde met 1 halve vaste.
3 – 8: Herhaal ronde 2.
Knip blauw af, haak wit aan.
9: 3 lossen (=1e stokje) , sla 1 stokje over, haak 3 stokjes in de volgende steek, sla 1 steek over, * 1 stokje, sla 1 steek over, haak 3stokjes in de volgende steek, sla 1 steek over. Herhaal vanaf *, sluit ronde met een halve vaste.
10-16: Herhaal ronde 9.
Knip wit af, haak rood aan.
17 – 18: 3 lossen (=1e stokje), haak 1 stokje in elke steek. Sluit ronde met een halve vaste.
19: links: 3 lossen (=1e stokje), haak 5 stokjes, 8 lossen – sla 8 steken over, haak verder in stokjes. Sluit ronde met een halve vaste.
19: rechts: 3 lossen (=1e stokje) Haak stokjes tot 14 stken voor het einde van de ronde, 8 lossen, sla 8 steken over, haak stokjes tot het einde van de ronde.
20-22: Herhaal toer 17.
23 en 24: Herhaal ronde 2.
25: 1 losse, haak in elke steek een vaste. Sluit ronde met een halve vaste. Draad afknippen, door lus halen. Hecht draadjes af.
Duim:
Start in de hoek rechtsonder met rood:
A: 3 lossen (=1e stokje), haak 1 stokje op de stokjes, 2 stokjes rondom het stokje aan de zijkant, 1 stokje in elke steek van de lossenrand en 2 stokjes rondom het stokje aan de zijkant. (= 8 + 2 + 8 + 2) Sluit ronde met een halve vaste.
B: 3 lossen (=1e stokje) Haak 1 stokje op elke steek van de vorige ronde. Sluit ronde met een halve vaste. Draad afknippen, door lus halen. Hecht draadjes af.
Maak de tweede vingerloze want.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten